| Meetperiode | Utrecht | Nederland |
|---|---|---|
| 2019 | 25 | 340 |
| 2020 | 25 | 315 |
| 2021 | 15 | 340 |
| 2022 | 15 | 285 |
| 2023 | 25 | 330 |
| 2024 | 20 | 265 |
| 2025 | 15 | 300 |
Het CBS telt vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Een extra locatie van een voortgezet bedrijf valt daarbuiten. Tot en met 2023 definitief, 2024 nader voorlopig en 2025 voorlopig. Aantallen zijn afgerond. CBS StatLine 83631NED; selectie 332905, PV26.
De meetpunten voor Utrecht
Het verloop in Utrecht begint bij 25 in 2019 en bereikt 15 in 2025. In volgorde van de meetpunten zijn de tussenstappen 0, -10, 0, +10, -5, -5 oprichtingen. De grootste absolute stap voor Elektrotechn. en machine-industrie valt tussen 2020 (25) en 2021 (15). In deze selectie geldt 2021 met 15 als laagste meetpunt, en 2019 met 25 als hoogste. De eindwaarde ligt daarmee 10 onder dat maximum en 0 boven het minimum van Utrecht.
Hoe verhoudt Elektrotechn. en machine-industrie zich tot het gebied?
Van 2019 tot 2025 verschoof het totaal voor Utrecht van 18.425 naar 16.575 oprichtingen. De verandering binnen Elektrotechn. en machine-industrie was -10, bij een totale regionale beweging van -1.850. In 2019 kwam de categorie daarmee uit op 0,14 procent van Utrecht en in 2025 op 0,09 procent. Binnen dezelfde regio heeft Elektrische en elektron. Industrie een bijna zo grote telling (15), vanuit 15 bij het eerste meetpunt. Sommige branchegroepen binnen de bron overlappen; deze twee categorieën zijn apart vergeleken.
Van Utrecht naar de landelijke reeks
Voor heel Nederland bedraagt Elektrotechn. en machine-industrie in 2025 300 oprichtingen; in 2019 waren het er 340. De landelijke beweging over dat venster komt neer op -11,8%, tegenover -40% voor Utrecht. In absolute aantallen ligt Nederland -40 ten opzichte van de beginmeting. Het aandeel van Utrecht in de nationale reeks gaat van 7,35 naar 5 procent. Dat verloopt niet noodzakelijk in dezelfde richting als het aandeel van Elektrotechn. en machine-industrie binnen het regionale totaal van 16.575.
Welke gebieden lijken op de eindstand?
Onder de 12 vergelijkbare gebieden met een positieve meetwaarde voor Elektrotechn. en machine-industrie en een beschikbare beginmeting zijn er 5 met een hogere eindstand dan Utrecht. De afgeronde telling 15 komt voor bij 2 gebieden. Het dichtst in absolute aantallen komt Drenthe met 15, gevolgd door Flevoland met 10. Relatief aan het eigen regionale totaal lopen de andere gebieden van 0,09 procent in Fryslân tot 0,38 procent in Drenthe. Ter vergelijking staat Utrecht op 0,09 procent voor Elektrotechn. en machine-industrie.
Een aanleiding zoeken om ondernemers te spreken
Leg een netwerkpartner uit Utrecht bij een intake twee groepen voor: de nieuwe vestigingen binnen Elektrotechn. en machine-industrie (CBS, 2025: 15) en die binnen Elektrische en elektron. Industrie (15). Vraag welke ervaringen bij een opening in elk werkveld terugkomen. Komen de geïnteresseerden zelf uit Utrecht, of zou juist Drenthe een logischer gespreksgebied zijn? Voor Elektrotechn. en machine-industrie telt deze bron vestigingen bij de oprichting van een nieuw bedrijf. Een gewone extra locatie van een voortgezet bedrijf valt buiten deze reeks. Houd eigenaar, vestiging en vrijwillig aangemelde kandidaat apart op de gesprekslijst.



